Er zit een verhaal in de Britse kassabonnen dat je niet had verwacht als je alleen naar de krantenkoppen van de afgelopen twee jaar keek. Namaakvlees loopt terug, bonen en tofu lopen op. Niet een beetje, en niet in de marge: het gaat om miljoenen verkochte verpakkingen, en het patroon is zo consistent dat het moeilijk als toeval is weg te zetten.
De cijfers komen uit een analyse van winkeldata van NielsenIQ door Madre Brava, een internationale klimaatorganisatie, samengevat door Plant Based News. Het gaat om de eerste helft van 2026, vergeleken met dezelfde periode in 2025, en om Britse supermarkten. Dat laatste is belangrijk en kom ik verderop op terug.
Wat de cijfers laten zien
De categorie bonen, peulvruchten, tofu en tempeh groeide met 7,3 procent in aantal verkochte eenheden, en met 10,1 procent in waarde. Binnen die categorie zit de spreiding die het verhaal vertelt. Bonen in blik en pot groeiden met 6,4 procent, tofu met 7,2 procent, en tempeh met maar liefst 71,6 procent. Vleesvrije producten die zijn gemaakt van groenten en peulvruchten, dus een burger waar je de bonen nog in ziet, groeiden met 24,6 procent. Quorn en andere producten op basis van schimmeleiwit bleven met 2,4 procent bijna gelijk.
En dan de andere kant: plantaardige producten die zijn ontworpen om vlees te imiteren daalden met 4,3 procent in aantal en 2,7 procent in waarde. Dat is het schap met de bloederige burgers, de plakjes namaakkip en de worstjes die eruitzien als worstjes. Precies het deel van het schap dat jarenlang het uithangbord van plantaardig eten was.
Wat de omslag volgens de onderzoekers betekent
Madre Brava trekt er een nuchtere conclusie uit in het rapport, dat Britain Backs Beans heet: kopers laten plantaardige eiwitten niet vallen, ze verschuiven naar simpelere producten met meer vezels, waarvan de prijs langzamer stijgt dan de voedselinflatie. Daardoor wordt het prijsverschil met vlees juist groter. Sara Ayech, de Britse directeur van de organisatie, noemt het een terugkeer van plantaardige verkoop en wijst op de combinatie van gezondheid, budget en smaak.
Dat klinkt logisch, en ik denk dat het ook grotendeels klopt, maar er ontbreekt iets in die uitleg. Namaakvlees is niet alleen duurder geworden, het is ook zijn functie kwijtgeraakt. Voor iemand die net begint met minder vlees is een burger die op een burger lijkt een brug. Voor iemand die al twee jaar plantaardig kookt, is het gewoon een duur pakje met een lange ingrediëntenlijst dat niets toevoegt aan wat je met een blik kikkererwten kunt maken. De markt loopt dus niet terug, hij wordt volwassen.
Gebeurt hetzelfde in Nederland
Dit zijn Britse cijfers uit Britse supermarkten, en het rapport doet geen uitspraak over Nederland. Britse huishoudens hebben de afgelopen jaren bovendien een zwaardere voedselinflatie gehad dan Nederlandse, wat het prijsargument daar harder laat aankomen. Je kunt deze percentages dus niet één op één op ons schap plakken.
Wat wel opvalt, is dat de onderliggende mechaniek hier net zo goed opgaat. Het prijsverschil tussen kant-en-klare vleesvervangers en kale peulvruchten is in Nederland fors, zoals bleek toen we uitzochten waar het verschil zat bij plantaardige boodschappen die tot dertig procent goedkoper uitvallen. En op voedingswaarde kwam tofu bovenaan in een test van twintig eiwitbronnen, ruim boven de bewerkte alternatieven. De ingrediënten voor dezelfde verschuiving liggen hier dus klaar. Of Nederlandse kopers hem al hebben gemaakt, weten we pas als iemand dezelfde analyse op onze winkeldata loslaat.
Wat je er zelf mee kunt
De praktische winst zit in dat ene cijfer van 71,6 procent. Tempeh is in Nederland nog altijd een product dat mensen één keer kopen, verkeerd bereiden en daarna laten staan. Snijd het in plakken, laat het twintig minuten marineren in sojasaus met knoflook en gember, en bak het op hoog vuur tot de randen donker zijn. Dat is het hele verschil tussen zaagsel en het lekkerste wat je die week eet.
En als je de stap van namaakvlees naar bonen te groot vindt: die vleesvrije burgers van groenten en peulvruchten, de categorie die met bijna een kwart groeide, zijn de tussenstap. Ze doen niet alsof ze vlees zijn, ze hebben een kortere ingrediëntenlijst en ze vallen goedkoper uit. Dat het precies die categorie is die in Groot-Brittannië het hardst groeit, is denk ik het eerlijkste signaal uit het hele rapport. Verder helpt het om te weten hoeveel plantaardig eiwit er eigenlijk op je bord moet, want dan zie je meteen dat een blik bonen verder komt dan het pakje suggereert.