Hoeveel van je eiwit zou plantaardig moeten zijn? Op die vraag is inmiddels een concreet antwoord gegeven, en het is preciezer dan “meer”. De Gezondheidsraad komt uit op een verhouding van 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk eiwit. Dat staat in het advies Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen, dat eind 2025 verscheen en dit jaar doorwerkt in de vernieuwde Schijf van Vijf.
Het interessante is niet het getal zelf, maar waar we nu staan. Het Nederlandse voedingspatroon zit ongeveer op het omgekeerde: het grootste deel van ons eiwit is dierlijk. De verhouding moet dus niet een beetje verschuiven, maar helemaal kantelen.
Wat 60 om 40 in de praktijk betekent
Volgens de Gezondheidsraad komt het er vooral op neer dat er minder vlees op tafel komt en meer peulvruchten en noten. Dat is een geruststellend eenvoudige samenvatting van een lijvig advies, en hij klopt: eiwit uit zuivel, eieren en vis blijft gewoon meetellen aan de dierlijke kant, en niemand vraagt je om die weg te doen.
Vertaal je het naar een week, dan wordt het nog concreter. In de vernieuwde Schijf van Vijf ging de aanbevolen hoeveelheid peulvruchten voor volwassenen omhoog naar 250 gram per week, terwijl vlees zakte naar maximaal 300 gram per week en kaas van 40 naar 20 gram per dag ging. Dat zijn geen wilde stappen. Twee keer per week een maaltijd met linzen of kikkererwten, en de peulvruchten zitten er al in.
Waarom niet in één keer
De Gezondheidsraad adviseert de overheid om eerst toe te werken naar een verhouding van 50 om 50 en pas daarna door te schuiven naar 60 om 40. Dat is een verstandige volgorde en ik denk dat hij ook op keukenniveau werkt.
Half om half is namelijk gewoon een aantal maaltijden per week, en dat is te overzien. Van de raad hoeft het bovendien geen alles of niets te worden: voor de meeste Nederlanders is minder dierlijk eten mogelijk zonder dat er tekorten ontstaan. Dat is precies de geruststelling die de meeste mensen zoeken voordat ze iets veranderen.
Eén ding blijft daarbij staan, hoe ver je ook gaat: vitamine B12 komt alleen uit dierlijke producten of uit een supplement. Wie richting volledig plantaardig schuift, regelt dat apart. Hoeveel je nodig hebt staat in deze uitleg over B12 bij plantaardig eten.
De winst zit niet alleen op je bord
Naast gezondheid weegt de raad ook milieu mee, en daar staat een getal bij dat er wat mij betreft uitspringt: een meer plantaardig voedingspatroon kan de milieudruk van onze voedselconsumptie met ongeveer 25 procent verlagen.
Een kwart, alleen door de verhouding op je bord om te draaien. Er zijn weinig veranderingen in een huishouden die zoveel opleveren voor zo weinig moeite. En anders dan bij isolatie of een warmtepomp hoef je er niets voor aan te schaffen.
Waar ik zou beginnen
Niet bij het tellen van percentages. Niemand houdt vol hoeveel procent van zijn eiwit vandaag plantaardig was, en dat hoeft ook niet.
Kijk in plaats daarvan naar het aantal maaltijden. Als je zeven avonden per week kookt en er staan er nu twee zonder vlees, dan is drie of vier een concreet doel dat je aan het eind van de week kunt nakijken. Zet de peulvruchten daarbij in de hoofdrol en niet als bijgerecht, want een schepje kikkererwten naast de kip verandert de verhouding nauwelijks.
En als je wilt weten welke eiwitbron dan het gunstigst uitpakt op gezondheid, milieu en prijs tegelijk: daar is dit jaar onderzoek naar gedaan, met tofu bovenaan een test van twintig eiwitbronnen. Bonen en linzen eindigden er vlak achter, en dat maakt het antwoord op deze richtlijn een stuk goedkoper dan je zou denken.