Plantaardig eten is duur. Dat is zo’n zin die je overal hoort en die bijna niemand nog controleert. ProVeg legde daarom in negen Nederlandse supermarkten plantaardige producten naast hun dierlijke tegenhanger, van boter en melk tot gehakt en kaas. De uitkomst gaat de andere kant op dan het cliché: gemiddeld is een plantaardig basismandje 18 procent goedkoper, en bij één keten loopt het verschil op tot 30 procent. Kassa besteedde er in augustus 2026 aandacht aan.
Maar een gemiddelde van 18 procent zegt weinig over jouw karretje. Het verschil zit hem in welke producten je koopt en waar je ze koopt, en daar is het onderzoek verrassend precies over.
Het verschil per supermarkt
Bij Plus was het gemiddelde prijsverschil tussen een plantaardig en een dierlijk mandje 30 procent, het grootste voordeel van alle onderzochte ketens. Dirk volgde met 28 procent en Lidl met 24 procent. Over alle negen supermarkten heen bleef er gemiddeld 18 procent besparing over.
Dat is een spreiding van twaalf procentpunt tussen de koploper en het gemiddelde, en dat is meer dan je zou verwachten bij producten die overal ongeveer hetzelfde zijn. Het betekent ook dat “plantaardig is goedkoper” niet een eigenschap van plantaardig eten is, maar een keuze van de supermarkt. Ketens zetten hun plantaardige varianten bewust lager in de prijs om de duurzame keuze aantrekkelijker te maken, en waar ze dat niet doen verdwijnt het voordeel.
Waar het voordeel het grootst is
Het onderzoek wijst naar één productgroep: de directe vleesvervangers. Burgers, kipstukjes en gehakt zijn in de plantaardige variant relatief het voordeligst ten opzichte van hun vleesversie.
Dat is precies andersom dan het gevoel dat veel mensen hebben, en ik denk dat ik weet waarom. Vleesvervangers zijn de producten die je bewust kiest en dus bewust ziet liggen. Je vergelijkt ze in je hoofd niet met rundergehakt van hetzelfde gewicht, maar met de kiloknaller waar je vroeger je pastasaus mee maakte. Leg je ze naast dezelfde kwaliteit vlees, dan valt de vergelijking anders uit.
En waar het misgaat
Dit is het deel van het onderzoek dat vaak wegvalt in de koppen, en het is het eerlijkste deel. In 13 procent van de gevallen was de plantaardige versie van een product minstens twee keer zo duur als de dierlijke. Plantaardige mayonaise is het extreemste voorbeeld: die kost ongeveer vier keer zoveel als mayonaise met ei.
Dat patroon zie je vaker bij producten die in een klein schap staan, in kleinere verpakkingen worden verkocht en van één merk komen. Geen concurrentie, geen huismerk, geen volume. Zolang er van een product maar één plantaardige variant bestaat, betaal je de prijs die dat ene merk vraagt.
Hoe je die 30 procent zelf te pakken krijgt
Uit de opbouw van dit onderzoek volgt vanzelf een werkwijze, en die is minder ingewikkeld dan hij klinkt.
Kijk eerst naar de producten die het grootste deel van je rekening uitmaken. Voor de meeste mensen zijn dat vlees, zuivel en kaas, niet de sauzen en spreads. Precies daar zit het voordeel, dus daar valt de winst te halen. Vervang je alleen je vlees en je melk en laat je de rest zoals hij is, dan pak je het leeuwendeel van die 18 procent al mee.
Laat de nichesausjes voorlopig met rust. Plantaardige mayonaise, plantaardige slagroom en plantaardige kaasvervangers zijn de plek waar dat prijsvoordeel volledig omslaat. Als je ze wilt, koop ze dan omdat je ze lekker vindt, niet omdat je denkt dat je er iets mee bespaart.
En vergelijk per liter en per kilo, niet per verpakking. Plantaardige melk staat vaak in een pak van één liter naast zuivel in pakken van anderhalve liter, en dan lijkt het duurder terwijl het dat niet hoeft te zijn. Welke soort waarvoor geschikt is, en waar je dus niet de duurste variant voor nodig hebt, staat in dit overzicht van plantaardige melk voor koffie, bakken en ontbijt.
Wat dit onderzoek niet meet
Er zit een blinde vlek in elke vergelijking van kant-en-klare producten tegen kant-en-klare producten, en die is het vermelden waard.
De goedkoopste plantaardige eiwitten staan namelijk helemaal niet in dit onderzoek, want ze hebben geen dierlijke tegenhanger in hetzelfde schap. Droge bonen, linzen en kikkererwten kosten per portie eiwit een fractie van zowel vlees als vleesvervangers. Wie zijn boodschappen echt wil verlagen, komt verder met een voorraadkast dan met een slimme keuze in het koelvak. Het verschil in prijs, smaak en tijd tussen droog en blik staat in deze vergelijking van droge bonen en bonen uit blik.
Andersom meet het onderzoek ook niet of je uiteindelijk hetzelfde eet. Een pakje plantaardig gehakt vervangt een pakje rundergehakt één op één, en dat is handig voor een prijsvergelijking, maar het is niet hoe de meeste mensen die plantaardig gaan eten koken.
Wat ik ervan vind
Ik ben blij met dit soort cijfers, en tegelijk vind ik het jammer dat ze nodig zijn. Dat we een prijsvergelijking moeten publiceren om een hardnekkig idee te ontkrachten, zegt vooral hoe lang zo’n idee blijft hangen nadat het niet meer klopt.
Wat me het meeste opvalt is niet de 18 procent, maar het verschil tussen 30 procent bij de ene keten en aanzienlijk minder bij de andere. Dat betekent dat de prijs van plantaardig eten voor een flink deel in handen ligt van de inkoopafdeling van je supermarkt, en niet van de landbouw of de techniek erachter. Je stemt daar dus ook echt mee, elke week, in je eigen straat.