Er zit een patroon in de mensen die me schrijven dat ze plantaardig gaan eten. De eerste week is enthousiast: er wordt gekookt, er worden foto’s gemaakt, er komt een pot kikkererwtenmeel in huis waarvan niemand precies weet wat ermee moet. De tweede en derde week gaan ook goed. In week vier wordt het stil. En ergens rond week zes komt de mail dat het toch niet is gelukt, meestal met een verontschuldiging erbij, alsof ze mij iets schuldig zijn.
Ik denk dat er iets fundamenteel misgaat in hoe we dit aanpakken, en dat het bijna nooit aan wilskracht ligt. Wat er in week zes gebeurt is niet dat iemand zwak wordt. Wat er gebeurt is dat de nieuwigheid op is en dat er niets voor in de plaats is gekomen. De eerste weken teren op nieuwsgierigheid: een nieuw recept, een onbekend ingrediënt, het plezier van iets kunnen wat je nog niet kon. Nieuwsgierigheid is prachtige brandstof, maar er zit een bodem in. Zodra die op is heb je gewoontes nodig, en gewoontes zijn precies wat niemand in die eerste weken opbouwt.
Bouw een rotatie, geen lijst inspiratie
Kijk maar naar hoe zo’n omschakeling er in de praktijk uitziet. Iemand besluit plantaardig te gaan eten en gaat vervolgens elke avond een nieuw recept koken. Elke avond. Terwijl diezelfde persoon daarvoor waarschijnlijk een vaste rotatie had van een stuk of acht gerechten die zonder nadenken op tafel kwamen. Die rotatie is geen gebrek aan fantasie, dat is hoe een huishouden overeind blijft. Wie hem inruilt voor zeven experimenten per week, ruilt rust in voor werk, en houdt dat een week of zes vol. Dat is geen falen, dat is rekenkunde.
Wat ik mensen daarom aanraad klinkt bijna teleurstellend saai: bouw een nieuwe vaste rotatie in plaats van een lijst inspiratie. Zes gerechten is genoeg. Zes gerechten die je zonder recept kunt maken, waarvan je de ingrediënten uit je hoofd kent en waarvan je weet hoe lang ze duren. Een linzensoep, een pasta met tomaat en witte bonen, een curry met kikkererwten, een geroosterde groenteschaal met rijst, wraps, en iets met tofu dat je lekker vindt. Meer heb je er niet nodig, want dat was het aantal dat je vroeger ook had. Als die zes staan mag je gaan experimenteren, en dan is een mislukt experiment ook geen probleem meer, want er is een vangnet.
Alles of niets werkt niet
Het tweede dat scheefloopt is dat mensen plantaardig eten opvatten als een klus die af moet zijn. Alles of niets. Wie op woensdag een tosti met kaas eet, heeft het volgens die logica verpest en kan net zo goed stoppen. Ik heb daar geen geduld mee, en niet omdat ik streng ben maar juist omdat ik het onzin vind. Het gaat om wat er over een jaar op je bord ligt, niet om een audit van iedere maaltijd. Iemand die vier avonden per week plantaardig eet en dat vijf jaar volhoudt, doet meer dan iemand die zes weken perfect is en daarna nooit meer een linze aanraakt. Toch is de tweede persoon degene die zich schaamt.
Vervang het vlees niet door niets
Dan het derde punt, en dat is het punt waar ik het meest van baal, omdat het zo makkelijk te voorkomen is: mensen eten te weinig en te eenzijdig, en concluderen daarna dat plantaardig eten hen niet ligt. Ze vervangen het vlees door niets. Er komt een bord op tafel met aardappelen, groente en een uitgestelde vraag. Dan heb je binnen een week honger, binnen twee weken minder energie, en binnen zes weken een verhaal over hoe het lichaam nu eenmaal dierlijk eiwit nodig heeft. Terwijl er gewoon een component ontbrak. Peulvruchten, tofu, tempeh, noten, zaden, ergens moet de vulling vandaan komen, en die verschijnt niet vanzelf op je bord omdat je iets hebt weggelaten.
Datzelfde geldt voor een paar zaken die je echt moet regelen in plaats van hopen. Vitamine B12 is er daar een van, en dat is geen detail voor later maar iets wat je in de eerste week op orde brengt. Ik heb daar apart over geschreven in een stuk over B12 bij plantaardig eten, omdat het zonde is als iemand na een halfjaar moe wordt en denkt dat het aan de leefstijl ligt terwijl er een supplement van een paar euro ontbrak. Wie daarnaast serieus sport heeft nog wat meer te regelen, en ook dat is te doen zodra je weet waar je op moet letten, zoals in het opbouwen van een volwaardig plantaardig sportdieet staat beschreven.
Plantaardig eten aan tafel bij anderen
Er is nog iets waar bijna niemand het over heeft, en dat is dat plantaardig eten sociaal ongemakkelijk kan zijn. Je zit bij je schoonmoeder aan tafel en er is soep met kippenbouillon. Je bent op een verjaardag en er zijn alleen worstjes. Je gaat uit eten met vier collega’s die naar een steakhouse willen. Wie daar geen antwoord op heeft, komt in die situaties telkens opnieuw in een klein conflict terecht, en zes weken van kleine conflicten sloopt meer motivatie dan welk recept dan ook kan opbouwen. Mijn eigen antwoord is simpel geworden met de jaren: ik eet wat er is als het echt niet anders kan, ik maak er geen punt van, en ik zorg dat het thuis wel klopt. Thuis eet ik driehonderd van de driehonderdvijfenzestig dagen. Daar wordt de balans gemaakt, niet op een verjaardag.
Wat mensen doen die het wel volhouden
Wat ik wel merk, is dat mensen die het volhouden bijna allemaal hetzelfde hebben gedaan. Ze zijn begonnen bij het avondeten en niet bij hun hele dag. Ze hebben één maaltijd tegelijk aangepakt tot die vanzelf ging, en pas daarna de volgende. Ze hebben een paar dingen gekocht die het makkelijker maakten, meestal niets bijzonders: een blender, een grote pan, voorraadpotten. En ze hebben geaccepteerd dat het eerste jaar rommelig is. Wie zo begint bij het avondeten heeft aan vegetarisch koken voor het avondeten vaak meer dan aan een compleet plan voor de hele week.
Ik wil daarom af van het beeld dat plantaardig eten iets is waar je in slaagt of in faalt. Het is een manier van koken die je leert, zoals je ooit hebt geleerd hoe je een ui snijdt en hoe lang rijst moet staan. Niemand zegt na zes weken dat rijst koken hem niet ligt. Ze oefenen gewoon door tot het geen aandacht meer kost, en dan denken ze er nooit meer over na.
Als je nu ergens in week vier zit en het begint te schuren: kies drie gerechten die je echt lekker vond en maak die de komende maand steeds opnieuw. Verveling is in deze fase je vriend, want verveling betekent dat het een gewoonte wordt. Nieuwe dingen komen later vanzelf terug, en dan blijven ze wel hangen.