Bij de groenteafdeling komt bij veel mensen dezelfde twijfel omhoog. De druiven zien er prima uit, de aardbeien ook, en toch zit er ergens in je achterhoofd een berichtje over bestrijdingsmiddelen dat je nooit helemaal bent kwijtgeraakt. De vraag die ik daarover het vaakst krijg is niet of groente gezond is, maar of je het biologisch moet kopen om er gerust op te zijn. Het Voedingscentrum reageerde op de inspectieresultaten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en zette daarbij netjes op een rij wat we wel weten en wat niet. Dat onderscheid is precies waar het in dit onderwerp misgaat, want de angst en het risico lopen bijna altijd door elkaar.

Wat de controle van de NVWA oplevert

De NVWA onderzoekt elk jaar voedingsmiddelen op resten van bestrijdingsmiddelen. In de inspectie over 2024 ging het om ruim 7.000 monsters. In 97 procent van de gevallen bleven de resten binnen de wettelijke grenzen, en in ongeveer een derde van de monsters werd helemaal niets aangetroffen. Wat niet aan de wet voldeed, mocht ook niet worden verhandeld.

Het Voedingscentrum zet daar een nuance bij die vaak wegvalt: als er meer op een product zit dan is toegestaan, is dat niet meteen gevaarlijk, want die wettelijke grenzen liggen meestal ruim onder de grens waarboven een stof schadelijk wordt. Zo’n norm is dus geen alarmgrens maar een handhavingsgrens.

Ik vind 97 procent geruststellend en tegelijk een beetje misleidend, omdat het een uitspraak is over de wet en niet over jouw bord. Wat het wel goed laat zien: het idee dat groente en fruit in de supermarkt structureel vol zitten met te veel middelen, houdt bij deze aantallen geen stand.

De zorg die wel blijft staan

Volgens eigen onderzoek van het Voedingscentrum is meer dan de helft van de consumenten ongerust over resten van bestrijdingsmiddelen in eten. Die zorg gaat vooral over het cocktaileffect: je krijgt niet één stof binnen, maar kleine hoeveelheden van verschillende middelen door elkaar, en de normen zijn per stof vastgesteld.

De Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA erkent dat mogelijke risico en werkt aan methoden om het beter te beoordelen. In de eerste onderzoeken is geen bewijs gevonden dat die gecombineerde effecten schadelijk zijn, maar er is meer onderzoek nodig. Het Voedingscentrum vindt dat daar haast bij moet zijn en dat gecombineerde effecten standaard in de wetgeving thuishoren. Dat is voor een organisatie die zelden met de vuist op tafel slaat een duidelijk signaal.

Er is nog een verwarring die het Voedingscentrum expliciet noemt, en die zie je online voortdurend terug: het risico van werken met bestrijdingsmiddelen wordt door elkaar gehaald met het binnenkrijgen van kleine resten via voeding. Wie in zijn beroep met deze middelen werkt, heeft veel directer contact en dus een veel hogere blootstelling. Dat is een ander verhaal dan een appel eten.

Waar het volgens mij echt over gaat

Het deel van dit onderwerp dat mij het meest bezighoudt, staat niet in de discussie over normen. Bestrijdingsmiddelen doden vaak niet alleen waar ze voor bedoeld zijn. Bijen, zweefvliegen, kevers en andere insecten krijgen het ook voor de kiezen, en daarmee ook de dieren die van die insecten leven. De biodiversiteit loopt terug en de balans in de natuur raakt verstoord, schrijft het Voedingscentrum.

Dat is voor mij het sterkste argument om minder middelen in de keten te willen, sterker dan de vraag of er nu wel of geen microgram op mijn paprika zit. Het gaat om de akker en de sloot ernaast, niet alleen om jouw snijplank.

Wat je in de keuken kunt doen

Het advies van het Voedingscentrum is kort en zonder poespas. Was groente en fruit voor gebruik onder stromend water: daarmee haal je vuil, bacterien en een deel van de eventuele resten weg. Baking soda of speciale wasmiddeltjes zijn niet nodig, ze werken niet beter dan water en kunnen zelfs ongezond uitpakken als er resten van achterblijven. En varieer in wat je eet, want dan is de kans kleiner dat je steeds dezelfde stoffen binnenkrijgt.

Dat laatste is voor wie plantaardig eet nauwelijks een opgave, want variatie is toch al het halve verhaal. Wie elke dag dezelfde appel, dezelfde sla en dezelfde komkommer eet, mist behalve spreiding ook een hoop smaak. Wisselen tussen seizoensgroenten doet dus twee dingen tegelijk.

Zelf iets kweken is geen oplossing voor je hele groentelade, maar het scheelt wel bij de dingen die je rauw eet. Taugé en kiemgroenten op je aanrecht kosten weinig ruimte en je weet precies wat erin is gegaan.

Wanneer biologisch loont

Bij biologische teelt worden alleen bestrijdingsmiddelen gebruikt die van natuurlijke stoffen zijn afgeleid. Er kunnen toch kleine sporen van chemische middelen op zitten, bijvoorbeeld uit de omgeving, maar die liggen volgens het Voedingscentrum vaak lager dan bij niet-biologische producten.

Als je budget niet oneindig is, en dat is het bij vrijwel iedereen niet, zou ik het geld zetten op wat je dagelijks en met schil en al eet. Dat is bij mij fruit, bladgroente en kruiden. Voor producten waar je de buitenkant vanaf haalt is de winst kleiner. En bij verwerkte producten zegt de manier van telen vaak meer dan het keurmerk op de voorkant, iets wat ik eerder uitzocht voor bio olijfolie, waar herkomst en teelt meer vertellen dan het etiket.

Wat ik ervan vind

De slechtste uitkomst van dit hele onderwerp zou zijn dat mensen uit voorzorg minder groente en fruit gaan eten. Het Voedingscentrum zegt het zelf het duidelijkst: met de kennis van nu is de kans klein dat resten van bestrijdingsmiddelen een gevaar voor de gezondheid vormen, en dat de gezondheidsvoordelen van groente en fruit groot zijn, staat wel vast. Blijf dus vooral groente en fruit eten.

Wat ik daarnaast zou willen, is dat de druk op de keten blijft. Niet vanuit angst voor mijn eigen bord, maar omdat minder middelen in de bodem en het water iets oplevert waar geen wasbeurt onder de kraan tegenop kan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like