Een boer betaalt zijn kunstmest en diesel maanden voordat hij iets kan verkopen. Worden die kosten te hoog, dan bemest hij minder of laat hij een stuk land liggen. De besparing ziet hij meteen, het verlies aan oogst pas een seizoen later. Op die vertraging bouwt een analyse van het S&P Global Institute, die Foodlog vanochtend uitgebreid besprak in Mogelijk wereldvoedselcrisis in 2027?. De conclusie is voorzichtig geformuleerd maar niet geruststellend. Oorlog, dure brandstof, schaarse kunstmest en een sterke El Niño kunnen in 2027 samen een wereldwijde voedselcrisis veroorzaken.
Wat betekent dat voor iemand die in een Nederlandse supermarkt staat? Het rapport zelf gaat over wereldmarkten en vooral over arme landen die hun voedsel moeten invoeren. Maar als je de producten die het noemt naast elkaar zet, zie je een duidelijke volgorde, en die is voor wie plantaardig eet best interessant.
Wat S&P precies ziet aankomen
De analyse verscheen op 19 oktober 2026 en is geschreven door energiekenner Daniel Yergin en drie collega’s. Ze beschrijven een keten van verstoringen. De oorlog in Oekraïne raakt nog steeds de export van graan en zonnebloemolie via de Zwarte Zee. Sinds februari 2026 belemmert de oorlog met Iran de scheepvaart door de Straat van Hormuz, en daar gaat niet alleen olie en gas doorheen maar ook bijna de helft van de wereldhandel in zwavel, een grondstof voor fosfaatkunstmest. Diesel is schaars omdat de export uit Rusland en het Midden-Oosten grotendeels is weggevallen.
Boeren reageren al. Het maïsareaal in de EU zit volgens de auteurs op een recordlaagte en Australië zaait 13 procent minder tarwe dan een jaar eerder. Daar komt mogelijk een sterke El Niño bij, met een piek eind 2026 en gevolgen voor de oogsten van 2026/27. Dat is de reden dat het rapport 2027 noemt en niet nu. De schade van bezuinigen op kunstmest en van slecht weer wordt pas na de volgende oogst zichtbaar.
Welke producten als eerste duurder kunnen worden
Niet alles is even kwetsbaar. Uit de gewassen en grondstoffen die S&P doorrekent, valt een rangorde af te leiden.
Plantaardige oliën. Hier komen de meeste risico’s samen. Oekraïne was voor de oorlog goed voor 46 procent van de internationaal verhandelde zonnebloemolie. Palmolie wordt steeds vaker biodiesel. In Indonesië wordt het industriële gebruik voor 2026/27 geraamd op 18,4 miljoen ton, tegen 3,7 miljoen ton in 2015/16. Dure diesel maakt biobrandstof aantrekkelijker, en dus concurreert je fles bakolie met de tank van een vrachtwagen. Vanaf maart 2027 verwacht S&P bovendien lagere palmolieoogsten door El Niño.
Vlees, eieren en zuivel van dieren die graan eten. Bij pluimvee bepaalt voer volgens het rapport 60 tot 70 procent van de kosten. Duurdere maïs en soja drukken eerst de marges van de veehouder en leiden later tot minder productie en hogere prijzen in de winkel. Droogte kan daarnaast het aanbod van rundvlees in Brazilië en Australië beperken.
Koffie, cacao en suiker. Die hebben elk hun eigen weerrisico. Droogte bedreigt suikerriet in India en Thailand, en bij Braziliaanse koffie kan hitte tijdens de bloei doorwerken in de oogst van 2027/28. Bij cacao zit een deel van het risico volgens S&P al in de huidige hoge prijzen.
Granen en peulvruchten voor direct gebruik. Hier is het beeld gemengd. Tarwe en maïs staan onder druk, maar er zijn ook buffers. Argentinië krijgt juist meer regen en verwacht hogere maïs- en soja-oogsten, al compenseert dat de tegenvallers in Brazilië maar deels. Opvallend is wat het rapport over soja zegt. Als vlinderbloemige plant haalt soja een deel van zijn stikstof zelf uit de lucht. Dat geldt voor alle peulvruchten, van erwten tot linzen, en het maakt ze minder afhankelijk van precies de kunstmest die nu schaars is.
Waarom een plantaardig mandje minder kwetsbaar is
Dat laatste punt is de kern. Een kilo kip of een liter melk draagt de prijs van graan als het ware twee keer, eerst in het voer en daarna in alle kosten van het houden van het dier. Als voer 60 tot 70 procent van de kosten van een kip uitmaakt, werkt een stijging van de maïs- en sojaprijs daar veel sterker door dan in een pak bruine bonen, waar de boon zelf het product is. Wie zijn eiwit uit peulvruchten, tofu of tempeh haalt, koopt een stap lager in de keten en heeft dus minder schakels waar een prijsschok zich kan opstapelen.
Helemaal buiten schot blijf je niet. Plantaardige oliën zijn juist een van de zwakke plekken, en veel vleesvervangers, plantaardige kaas en koekjes bevatten flink wat zonnebloem-, koolzaad- of palmolie. Ook de diesel voor vervoer en de energie voor kassen zitten in elke prijs. Het verschil zit in de gevoeligheid, niet in volledige bescherming.
Merk je er nu al iets van?
Op dit moment nauwelijks. Toen we vorige week de prijscijfers van het CBS over september naast elkaar zetten, bleek diesel bijna 46 procent duurder dan een jaar eerder, terwijl voedingsmiddelen als geheel iets goedkoper waren. Peulvruchten en pasta daalden in prijs, eieren stegen fors. Dat past bij wat S&P beschrijft. De rekening komt later, na de oogsten van volgend jaar.
Het rapport zegt zelf dat een crisis niet onvermijdelijk is. Hogere gewasprijzen maken het juist aantrekkelijker om weer meer te zaaien en te bemesten, en handelsstromen kunnen zich verleggen. Of het misgaat, hangt af van hoe lang de verstoringen duren en van het weer in meerdere grote landbouwgebieden tegelijk. De echte klappen vallen ook niet hier maar in landen waar huishoudens de helft van hun geld aan eten uitgeven.
Voor je eigen keuken is de les eerder rustig dan paniekerig. Een plantaardige basis van bonen, linzen, erwten, havermout en seizoensgroente is niet alleen goedkoop maar ook het deel van je boodschappen dat het minst meebeweegt met dure kunstmest en voer. Wie een kleine voorraad wil aanleggen, kan daarvoor terecht bij ons overzicht van plantaardige blikken en potten die lang goed blijven. Hamsteren is nergens voor nodig, maar een kast met gedroogde peulvruchten is precies het soort buffer dat in dit rapport steeds terugkomt, alleen dan op wereldschaal.