Nederlanders aten in 2025 minder vlees dan in twintig jaar het geval was. Dat blijkt uit de jaarlijkse berekening van Wageningen University & Research, die op 14 oktober 2026 naar buiten kwam. Foodlog zet de daling vooral op het conto van duur rundvlees en een lagere waardering voor varkensvlees. Toch zit er in hetzelfde cijfer een tegenbeweging die je makkelijk over het hoofd ziet. Kip werd juist iets vaker gegeten.

Voor wie plantaardig eet of minder vlees wil eten, is dat tweede deel van het verhaal minstens zo interessant als het eerste. Het zegt iets over waar de vleesvervanger zijn werk moet doen.

Wat de cijfers over 2025 laten zien

De WUR berekent de vleesconsumptie al sinds 2005 in opdracht van Wakker Dier. Volgens Hart van Nederland kwam het verbruik in 2025 uit op 67,3 kilo per persoon in karkasgewicht, dus inclusief bot en delen die nooit op een bord belanden. Wat echt gegeten werd, is ongeveer de helft daarvan, rond de 34 kilo per persoon. In 2024 was dat nog 34,4 kilo. Over tien jaar gemeten gaat het om een daling van zo’n 12 procent.

De daling komt vrijwel helemaal uit rood vlees. Varkensvlees leverde het meeste in, rundvlees zakte iets. Pluimvee ging de andere kant op en steeg licht, naar ruim 11 kilo per persoon. WUR-onderzoeker Hans Dagevos ziet daarin een verschuiving van rood naar wit vlees die al een paar jaar zichtbaar is en ook in andere landen speelt.

Waarom kip meer is dan een voetnoot

Op het eerste gezicht lijkt het goed nieuws met een kleine kanttekening. Minder vlees, en wat er nog gegeten wordt is vaker kip, dat in de meeste klimaatvergelijkingen een stuk lager scoort dan rundvlees. Wie alleen naar kilo’s en uitstoot kijkt, kan daar tevreden mee zijn.

Er zijn twee redenen om er toch scherper naar te kijken. De eerste is het aantal dieren. Een kip levert per dier veel minder vlees op dan een varken of een koe. Elke kilo die van rund of varken naar kip schuift, betekent dus meer dieren, niet minder. Wie alleen naar kilo’s per persoon kijkt, ziet dat niet terug in de grafiek.

De tweede reden zit in hoe we kip eten. Kip is het vlees van de doordeweekse avond geworden, in reepjes door de wok, in blokjes door de pasta, in de wrap. Het is gemaksvlees, neutraal van smaak, snel gaar. Juist daar is een plantaardig alternatief het makkelijkst in te passen, want het gerecht draait om de saus en de groente, niet om het vlees zelf. Iemand die rundvlees laat staan maar elke dinsdag kipreepjes koopt, eet in feite al half vegetarisch. Het laatste stapje is kleiner dan het lijkt.

Uit de cijfers valt ook af te lezen wat er niet gebeurt. Wie rundvlees te duur vindt, grijpt vaker naar het goedkoopste vlees in het schap en niet automatisch naar bonen of tofu. Prijs duwt mensen weg van rund, maar trekt ze niet vanzelf naar plantaardig. Dat sluit aan bij wat we eerder schreven over bedrijven die voorzichtiger worden met plantaardig, terwijl de bereidheid bij consumenten er wel is.

Welke plantaardige kipvervangers de moeite waard zijn

Wil je de kip in je weekmenu vervangen, dan is het etiket belangrijker dan het merk. Het Voedingscentrum noemt een kant-en-klare vleesvervanger een goede keuze als hij per 100 gram minstens 2,1 milligram ijzer en 0,38 microgram vitamine B12 bevat, niet meer dan 2,5 gram verzadigd vet en 1,1 gram zout, en geen toegevoegde suiker. Daarnaast moet minstens 12 procent van de energie uit eiwit komen.

Vega-kipstukjes halen dat eiwit doorgaans makkelijk en zijn vetarm. Het zwakke punt is zout. De Consumentenbond kwam in zijn test van vega-kipstukjes tot dezelfde conclusie: eiwitrijk en mager, maar relatief zout. Draai de verpakking dus om en kijk naar drie regels.

  • Zout. Zit het boven de 1,1 gram per 100 gram, dan is het een product voor af en toe en niet voor elke dag. Zout ook de saus of marinade niet extra.
  • Vitamine B12 en ijzer. Een kipvervanger zonder verrijking vervangt wel de structuur van kip, maar niet wat kip voedingskundig aan je bord toevoegt.
  • Eiwitbron. Soja en tarwe-eiwit geven de meest vezelige, kipachtige bite. Erwteneiwit is wat zachter.

Eerlijk gezegd hoeft het ook niet altijd een vervanger in kipvorm te zijn. Voor een wokgerecht doen stevige tofu of tempeh in blokjes hetzelfde werk, en die vallen bij het Voedingscentrum ook onder de goede keuzes zolang er niet te veel zout in zit. In een curry of wrap passen kikkererwten prima, die bovendien vezels meebrengen die geen enkel kipstukje heeft. In ons overzicht van plantaardige eiwitbronnen die veel opleveren staat per portie wat ze aan eiwit leveren.

Wil je wel die vertrouwde bite, kies dan een vega-kipstuk als vaste basis voor de gerechten waar je anders kip in zou doen, en wissel de rest van de week af met peulvruchten en tofu. Wat plantaardig eten met je boodschappenbon doet, lees je in waar plantaardige boodschappen goedkoper uitvallen.

Wat dit cijfer ons vertelt

Twintig jaar meten laat een trage maar duidelijke beweging zien. We eten minder vlees, maar vooral minder van het dure en minder van het vlees dat aan imago heeft ingeleverd. Kip ontsnapt daar tot nu toe aan. Dat maakt de kipreep in de wok misschien wel de interessantste plek in de Nederlandse keuken om plantaardig te beginnen. Het is het vlees dat we het minst missen als het weg is, en het vlees dat er het snelst bij komt als we niet opletten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like