Yvon Jaspers kennen de meeste mensen van Boer zoekt vrouw. Afgelopen zondag zond NPO 1 een heel ander programma van haar uit. In het tweeluik De boer, de broer, de zus en de ziekte onderzoekt ze of er een verband is tussen gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van Parkinson. Het onderwerp is persoonlijk. Haar broer Willem kreeg op zijn veertigste de diagnose. De documentaire maakte veel los, op Foodlog verscheen een column met de veelzeggende titel Zijn we niet allemaal bang voor gif?, en de fruittelersorganisatie NFO had haar leden vooraf al afgeraden om mee te werken.
Voor wie plantaardig eet en dus veel groente en fruit op het bord heeft, ligt de vraag voor de hand. Moet ik me zorgen maken? Het antwoord is genuanceerder dan de discussie doet vermoeden.
Wat de documentaire wil laten zien
Jaspers sprak met artsen, boeren, omwonenden en onderzoekers. Volgens KRO-NCRV gaat het programma niet over het leveren van bewijs. Ze wil vooral laten zien wat zo’n belangrijk en ingewikkeld onderwerp met mensen doet, en ruimte maken voor een open gesprek. Dat is eerlijk, want het bewijs dat iedereen zoekt, is er nog niet.
Wat de wetenschap tot nu toe zegt
De vraag is niet nieuw. In 2020 stelde de Gezondheidsraad op basis van internationaal onderzoek een mogelijk verband vast tussen gewasbeschermingsmiddelen en parkinson. Alleen waren de metingen van de blootstelling te onnauwkeurig om te zeggen hoe groot het risico is en welke stoffen een rol spelen.
Het Ctgb, de instantie die gewasbeschermingsmiddelen in Nederland toelaat, stelt op zijn site dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn dat de nu toegelaten middelen het risico op parkinson vergroten. Stoffen waarvan een verband is bewezen, zijn inmiddels verboden. Tegelijk erkent het Ctgb een gat in het systeem. Er bestaan nog geen specifieke testmethoden om vast te stellen of een stof een ziekte als parkinson kan veroorzaken. In 2021 kaartte het Ctgb dat al aan bij de Europese voedselautoriteit EFSA.
Daar zit volgens ons de kern van de onrust. Dat er geen aanwijzingen zijn, betekent niet automatisch dat er niets aan de hand is. Het betekent ook dat de gereedschappen om het te meten nog in ontwikkeling zijn.
Wanneer er antwoorden komen
In Nederland lopen twee grote onderzoeken die het gat moeten dichten. Op een rij gezet ziet dat er zo uit.
- 2020. De Gezondheidsraad ziet een mogelijk verband, maar kan het risico niet kwantificeren.
- 2021. Het Ctgb wijst EFSA op de tekortkomingen in hoe middelen op hersenaandoeningen worden getest.
- 2023 tot 2031. Het onderzoek OBO2 kijkt naar de gezondheid van boeren en omwonenden van landbouwgrond.
- Eind 2024 tot 2029. Het RIVM ontwikkelt in het project SPARK testmethoden om te zien of middelen processen in gang zetten die tot parkinson leiden.
Wie hoopt op een snel en helder antwoord, moet dus geduld hebben. De eerste eindadviezen voor betere toelatingsregels worden pas rond 2029 verwacht.
Wat het betekent voor je groente
Kijk goed naar wie er in die onderzoeken centraal staan. Dat zijn boeren die met de middelen werken en mensen die naast een akker wonen. Zij komen op een heel andere manier en in een heel andere mate met middelen in aanraking dan iemand die een appel eet. De documentaire gaat ook over die groepen, niet over het residu op je bord.
Voor de consument is het beeld rustiger. Volgens het Voedingscentrum is het risico op gezondheidsproblemen door resten van bestrijdingsmiddelen met de huidige kennis klein. Er zijn regels voor het gebruik bij de teelt, grenzen voor wat er aan resten op een product mag zitten, en in Nederland wordt daar goed op gecontroleerd. Dat lees je ook terug in ons eerdere stuk over bestrijdingsmiddelen op groente en fruit.
Een paar dingen kun je zelf doen. Was groente en fruit onder stromend water, dat haalt een deel van de resten weg, al niet alles. Schillen is volgens het Voedingscentrum bijna nooit nodig, en sommige middelen dringen toch door de schil heen. Verwerk je de schil in een gerecht, zoals citroenrasp in een dressing, dan raadt het Voedingscentrum een biologische variant aan. Ook het gebruik van middelen in Europa daalt, zo schreven we eerder over de cijfers van de EU.
Ons oordeel
Stoppen met groente en fruit omdat je bang bent voor resten zou de verkeerde conclusie zijn. De gezondheidswinst van een bord vol groente is groot en goed onderzocht, het risico van resten is volgens de instanties klein. De zorgen uit de documentaire gaan vooral over de mensen die het werk op het land doen en die er dichtbij wonen. Voor hen zijn de antwoorden uit OBO2 en SPARK het belangrijkst. Wie daar als consument iets aan wil bijdragen, kiest vaker biologisch. Niet omdat je eigen bord dan veiliger is, maar omdat er op het land minder wordt gespoten.