Hoe zorg je dat mensen gezonder en plantaardiger eten zonder ze te vertellen wat ze moeten kopen? Die vraag stond centraal in een gesprek dat Foodlog op 20 oktober 2026 publiceerde, met Chantal Goenee, adviseur duurzaamheid en gezondheid bij Lidl Nederland. Haar antwoord is opvallend eerlijk. Niet voorlichting, maar het schap zelf moet het werk doen, en soms gebeurt dat zonder dat je het merkt. Wat betekent dat voor wat er in je mandje belandt, en hoe houd je zelf het overzicht?
Wat Lidl vertelt
Volgens Goenee komt zo’n 70 procent van wat Nederlanders eten uit de supermarkt. Daarmee bepaalt de supermarkt voor een groot deel ons eetpatroon, en niet alleen met wat er in de schappen ligt. Aanbiedingen, de plek van een product en de marketing sturen evengoed mee.
Lidl wil zijn verkoop laten aansluiten op het Planetary Health Diet van de EAT-Lancet-commissie. Dat is een voedingspatroon met veel volkoren granen, groente, fruit, noten en peulvruchten, en kleine of matige hoeveelheden vis, zuivel en vlees. Internationaal mikt Lidl op 20 procent meer verkoop van producten die daarin passen. Het bedrijfsmodel helpt. De discounter heeft ongeveer 3.000 producten in het vaste assortiment en verkoopt voor ruim 90 procent eigen merken. Lidl bepaalt dus zelf de receptuur, de prijs en de samenstelling, en kan suiker en zout terugbrengen zonder te wachten op een A-merk.
In het gesprek zit één zin die alles samenvat. “Ik wil dat de gezonde en duurzame keuze de logische keuze is”, zegt Goenee. Ze voegt eraan toe dat het uiteindelijk zelfs de enige keuze mag zijn.
In de video van Studio Foodlog zie je het volledige gesprek tussen Dick Veerman en Chantal Goenee, inclusief de discussie over wie er nu eigenlijk beslist over ons eten.
Veranderingen die je niet op de voorkant ziet
Het interessantste deel gaat over wat Lidl níet zegt. Goenee vertelt dat sommige producten worden aangepast zonder dat daar groot op de verpakking aandacht voor komt. Bij de hybride vleesproducten staat op het pak dat er erwteneiwit is toegevoegd of dat de receptuur is vernieuwd, maar het wordt niet uitgevent. De ervaring is volgens haar dat een deel van de klanten weerstand voelt zodra ze horen dat hun vertrouwde product is aangepast. Hetzelfde geldt voor zout. Wie op de voorkant zet dat er minder zout in zit, schrikt klanten af, want die verwachten dan dat het minder lekker is.
Dit is niet nieuw voor Lidl. In augustus 2024 bracht de keten in Nederland al een gehaktmix uit van 60 procent rundvlees en 40 procent erwteneiwit, schreef Change Inc. toen. Volgens Lidl daalde de CO2-uitstoot van dat gehakt daardoor met 37,5 procent. In Groot-Brittannië ging de keten dit najaar verder met een hele lijn vlees die met erwteneiwit is verrijkt, zoals we beschreven in ons stuk over vlees met plantaardig eiwit bij Lidl. De lijn is duidelijk. Kleine stapjes in bekende producten, liefst zonder er een statement van te maken.
Waar betutteling begint
Gespreksleider Dick Veerman legt de vinger op de zere plek. Als bedrijven, maatschappelijke organisaties en de overheid samen bepalen hoe het aanbod verandert, waar blijft dan de klant die gewoon aan zijn gehaktbal hangt? Juist bij de overstap naar meer plantaardig eiwit kan weerstand ontstaan als mensen het gevoel krijgen dat anderen voor hen beslissen.
Daar zit een echt dilemma, en wij vinden dat het eerlijk benoemd mag worden. Een supermarkt die stilletjes zout terugschroeft in een soep doet iets waar bijna niemand bezwaar tegen heeft. Een supermarkt die een deel van het vlees in je gehakt vervangt, raakt aan iets waar mensen wel een mening over hebben. Het verschil zit in de vraag of je het als klant kunt weten. Zolang het op de verpakking staat, kies je zelf. Het wordt pas lastig als het alleen nog in de kleine letters te vinden is.
Goenee erkent zelf ook dat een supermarkt het niet alleen kan. Volgens haar is overheidsbeleid nodig om het hele voedselsysteem te veranderen, en investeringen van de overheid om de eiwittransitie te versnellen. Lidl doet klantonderzoek en voert gesprekken in de winkels, en wil klanten ook laten meebeslissen over de toekomst van het aanbod. Hoe dat er concreet uit moet zien, blijft in het gesprek nog open.
Wat je er zelf mee doet aan het schap
Voor wie bewust plantaardig of flexitarisch eet, is dit eigenlijk goed nieuws, met één kanttekening. Stille aanpassingen werken alleen als je ze kunt terugvinden. Kijk daarom bij vleesproducten van een eigen merk af en toe naar de ingrediëntenlijst. Staat er erwteneiwit, sojaeiwit of groente tussen, dan heb je een hybride product in handen. Wie helemaal geen vlees eet, weet dan ook meteen dat dit geen vegetarisch alternatief is.
Wil je weten of een product echt gezonder is geworden, vergelijk dan de voedingswaardetabel per 100 gram met het oude pak of met een vergelijkbaar product. Daar zie je zout, suiker en eiwit zwart op wit, ook als de voorkant niets zegt. En bedenk dat de grootste winst niet in een verbeterd vleesproduct zit, maar in de schappen waar Lidl zelf naar verwijst. Volkoren, peulvruchten en noten passen het best in het Planetary Health Diet, en ook de vernieuwde Schijf van Vijf schuift die kant op. Een blik kikkererwten hoeft niet stil verbeterd te worden. Dat is al precies wat het moet zijn.