Vegetariërs hadden in een nieuw onderzoek 45 procent minder kans op maagkanker. Dat is het soort zin dat in één dag de halve tijdlijn over gaat, en het is ook precies het soort zin waar je voorzichtig mee moet zijn. Want wat er onderzocht is, hoe groot het effect werkelijk is en voor wie dat iets betekent, verdwijnt in zo’n kop meteen uit beeld. Hier is wat er wel en wat er niet in staat.

Wat er precies is onderzocht

Het gaat om de Adventist Health Study-2, gepubliceerd in The American Journal of Clinical Nutrition en beschreven door VegNews. Onderzoekers volgden 79.460 zevendedagsadventisten in de Verenigde Staten en Canada gedurende vijf jaar en vergeleken de vegetariërs onder hen met de niet-vegetariërs.

De uitkomsten: vegetariërs hadden 45 procent minder kans op maagkanker, 25 procent minder kans op lymfoom en 12 procent minder kans op kanker in het algemeen. Hoofdonderzoeker Gary Fraser, epidemioloog aan Loma Linda University, tekende daar zelf al bij aan dat het bewijs voor dat totale kankerrisico wel de goede kant op wees, maar de lat niet helemaal haalde om er harde uitspraken over te doen.

Waarom 45 procent minder minder is dan het klinkt

Dit is het punt waar de meeste koppen de mist in gaan. Een risicoverlaging van 45 procent is een relatief getal: het zegt hoeveel kleiner de kans van de ene groep is ten opzichte van de andere. Wat het niet zegt, is hoe groot die kans om te beginnen was. Maagkanker is in Nederland en Noord-Amerika een betrekkelijk zeldzame vorm van kanker, en 45 procent van een klein getal blijft een klein getal.

Dat maakt de uitkomst niet waardeloos, integendeel. Op het niveau van een hele bevolking tellen zulke verschillen wel degelijk op. Maar voor jou persoonlijk, aan tafel, is het verschil tussen “45 procent minder risico” en “een paar gevallen minder per tienduizend mensen” nogal groot, en alleen die eerste versie haalt de krant.

Daarbij komt dat dit een observationeel onderzoek is: mensen zijn niet ingedeeld in groepen die verplicht iets moesten eten, ze zijn gevolgd terwijl ze aten wat ze al aten. Zo’n opzet laat verbanden zien, geen oorzaken. Wie vegetarisch eet, doet vaak nog tien andere dingen anders, en die tien dingen zitten allemaal in het cijfer.

De vergelijkingsgroep is het interessantste detail

Waar ik zelf het langst bij bleef hangen is niet de 45 procent maar de vraag waarmee er vergeleken is. De niet-vegetariërs in dit onderzoek zijn ook adventisten, en die leven doorgaans al bijzonder gezond: weinig of geen alcohol, niet roken, veel aandacht voor voeding. Fraser zei daarover dat het in zekere zin verbazend is dat er überhaupt iets gevonden is, gegeven hoe gezondheidsbewust ook die groep leeft.

Dat is een belangrijk gegeven, want het snijdt twee kanten op. Enerzijds maakt het het gevonden verschil sterker: als je een plantaardig patroon vergelijkt met een al gezond patroon en er blijft iets over, is dat iets waard. Anderzijds betekent het dat de cijfers niet vertalen naar de vergelijking die de meeste lezers in gedachten hebben, namelijk plantaardig eten tegenover het gemiddelde Nederlandse eetpatroon. Dat verschil zou er heel anders uit kunnen zien, in beide richtingen.

Wat dit betekent als je deels plantaardig eet

Eerlijk gezegd: weinig dat je nog niet wist, en dat is precies waarom ik dit soort onderzoek graag lees. Het bevestigt de richting zonder een belofte te doen. Geen enkel eetpatroon beschermt je tegen kanker, dit onderzoek zegt dat ook nergens, en wie op basis van één studie zijn manier van eten omgooit, doet dat elke maand opnieuw.

Wat wel bruikbaar is, is de nuance. De groep die hier het best scoort, at niet plantaardig in de zin van pakjes met een plantaardig logo, maar in de zin van veel hele plantaardige producten: peulvruchten, granen, groente, fruit, noten. Dat is dezelfde richting die uit het recente onderzoek naar noten en bloeddruk komt en die ook in de vernieuwde Schijf van Vijf zichtbaar is. Niet spectaculair, wel consistent.

Voor wie deels plantaardig eet is de praktische vertaling dus niet “word vegetariër want dan krijg je 45 procent minder maagkanker”. Die zin klopt niet en zal ook nooit kloppen. De vertaling is: elke maaltijd waarin een heel plantaardig product de hoofdrol speelt in plaats van een sterk bewerkt product, telt mee in het patroon waar dit onderzoek naar kijkt. En dat is een doel waar je vanavond al iets mee kunt, zonder op de volgende studie te wachten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like