Er komt deze herfst een suikerbelasting, en het debat erover gaat inmiddels vooral over de vraag of suiker eruit halen helpt. Dat is een merkwaardig smalle vraag. Een koek met minder suiker is nog steeds een koek van geraffineerd meel die je in vier happen op hebt. Voor wie plantaardig eet is dat geen theoretisch punt, want juist in ons schap staan de sterkst bewerkte producten van de supermarkt.
Waar het debat nu over gaat
De aanleiding is een onderzoek dat PwC in opdracht van de Nederlandse levensmiddelenindustrie uitvoerde en dat geen goede redenen ziet voor een suikertaks. Op Foodlog schreven Jan Buining van de Healthy Food Coalition en Joost de Jong, voormalig beleidsambtenaar bij het ministerie van Landbouw, daar gisteren een stuk tegenin. Ze zijn juist vóór een suikerbelasting, maar denken niet dat we er gezonder door gaan eten.
Om welk geld het gaat: het kabinet wil met de belasting op voedsel waaraan suiker is toegevoegd 900 miljoen euro per jaar ophalen, naast de heffing op suikerhoudende frisdranken. Dat is geen symbolisch bedrag, en het is dus de moeite waard om te kijken waar die grens precies komt te liggen.
Het probleem zit niet alleen in de suiker
De kern van hun betoog is een oud punt dat zelden landt: bij gezond eten moet je niet naar één ingrediënt kijken maar naar het hele voedingspatroon. Ze halen er de vetten bij, waar we ons vijftig jaar lang op blindgestaard hebben, met bekende gevolgen voor het schap vol magere producten waar de suiker doorheen ging.
Wat er volgens hen te weinig aandacht krijgt, is het fractioneren en raffineren van grondstoffen. Granen, zaden, knollen en vruchten worden uit elkaar getrokken tot industriële ingrediënten en in nieuwe verhoudingen weer samengevoegd. Wat je daarna in handen hebt, eet je snel en gemakkelijk, het levert veel calorieën en het geeft weinig verzadiging. Haal je uit zo’n product de suiker, dan verandert aan die eigenschappen nagenoeg niets.
Het beeld dat ze gebruiken om dat duidelijk te maken is de hele vrucht. De suikers in een appel eet je samen met water, vezels, micronutriënten en de structuur van de vrucht zelf, en die structuur is een natuurlijke rem. Bij geïsoleerde suiker valt die rem grotendeels weg. Suiker is dan niet meer alleen de naam van een voedingsstof maar van een industrieel ingrediënt dat je in hoge concentraties overal in kunt stoppen. Buining en De Jong vatten samen wat een belasting volgens hen moet doen: “Een suikertaks moet fungeren als een prikkel voor de voedingsindustrie om producten daadwerkelijk gezonder te maken.”
Waarom dit voor plantaardige eters extra telt
Hier wringt het voor onze hoek van de supermarkt, en daar mogen we wat mij betreft eerlijker over zijn. Het plantaardige schap groeide de afgelopen jaren hard aan de bewerkte kant: gepaneerde stukjes, toetjes op basis van geïsoleerd eiwit, plantaardige melk met toegevoegde suiker, snackrepen die het van hun etiket moeten hebben. Precies het type product dat Buining en De Jong beschrijven, alleen dan met een groen logo erop.
Een belasting die alleen naar suikergehalte kijkt, raakt die producten nauwelijks. Sterker nog, hij duwt fabrikanten naar wat de auteurs het waterbedeffect noemen: suiker eruit, geconcentreerde koolhydraten erin. Daar wordt niemand gezonder van, en het levert wel weer een claim op de verpakking op. Dat is ook waarom ik hun voorstel om sterk bewerkte producten met relatief veel suiker onder het hoge btw-tarief te brengen, inclusief gebak, cake en schepijs, interessanter vind dan de discussie over de suikertaks zelf. Dat is een regel die naar het product kijkt en niet naar één getal op de voedingswaardetabel.
Het is ook het enige voorstel in dit debat dat aansluit bij wat er in de supermarkt zichtbaar gebeurt. Dat consumenten steeds vaker naar bonen en tofu grijpen in plaats van naar een vleesvervanger uit het koelvak, beschreven we eerder in ons stuk over die omslag. Die beweging heeft geen belastingmaatregel nodig gehad.
Wat je hiervan meeneemt naar je eigen boodschappen
Het tweede deel van hun betoog is minstens zo belangrijk: gezond eten mag niet duurder worden. Fruit, groente, peulvruchten en volkorenproducten moeten betaalbaar blijven of juist goedkoper worden, en de opbrengst van een suikerbelasting hoort volgens hen zichtbaar terug te vloeien naar die gezonde keuzes in plaats van in de algemene middelen te verdwijnen. Of dat gebeurt, weet je pas als het wetsvoorstel er ligt.
Tot die tijd is de praktische vertaling simpeler dan het debat. Kijk bij een plantaardig product niet als eerste naar het suikergehalte maar naar de ingrediëntenlijst: hoeveel stappen zitten er tussen de grondstof en wat je in handen hebt. Een pot kikkererwten heeft er één, havermelk met toegevoegde suiker een stuk meer, en een plantaardig toetje met eiwitisolaat nog meer. Dat is geen verbodslijst, want een koek is een koek en die hoort er ook te zijn. Het is alleen een betere vraag dan die ene op het etiket.