De supermarkt van 2030 ziet er van buiten uit als de supermarkt van nu. Dezelfde schappen, dezelfde karren, dezelfde vraag bij het koelvak. Wat verandert zit erachter: een digitale assistent die je boodschappen doet, prijzen die per klant verschillen en een kassa die verdwijnt. Foodlog vatte dat beeld samen in het stuk AI doet al in 2030 je boodschappen, maar niet voor arme mensen, op basis van drie Vlaamse retailkenners in Het Laatste Nieuws. Het gaat dus over de Belgische markt, maar de technieken waar ze het over hebben staan hier net zo goed in de startblokken.

Wat de retailkenners verwachten

Stefan Van Rompaey van vakblad RetailDetail ziet AI tussen de klant en de winkel kruipen. Niet in de vorm van een lijstje dat je door een chatbot laat maken, want dat noemt hij nu al ouderwets, maar als een agent die je budget kent, weet welke koffie je drinkt en hoeveel melk er doorheen gaat, aanbiedingen bij verschillende ketens vergelijkt en zelfstandig bestelt. De opdracht wordt dan iets als: houd mijn voorraadkast gevuld. Supermarkten moeten volgens hem leren hoe ze niet jou maar jouw algoritme verleiden.

Pierre-Alexandre Billiet van vakblad Gondola gaat een stap verder: de winkel weet wat je wilt kopen voordat jij het weet. Ongeveer 80 procent van de boodschappen bestaat volgens hem uit voorspelbare herhaalaankopen. Combineer de gegevens van je klantenkaart met die van je smartwatch, slimme weegschaal, koelkast, gezondheidsapp en bankapp, en de voorspelling wordt steeds preciezer. Water, pasta en wc-papier komen dan vanzelf.

Gino Van Ossel van Vlerick Business School kijkt naar de winkel zelf. De streepjescode wordt een QR-code met herkomst, houdbaarheid, allergenen en zelfs recepten erachter. Samen met elektronische schaplabels maakt die dynamische prijzen mogelijk: kippenbouten die bijna over datum zijn, worden vanzelf goedkoper. Van Rompaey verwacht daarbovenop persoonlijke kortingen en abonnementen, waarmee het idee van één winkelprijs verdwijnt. Jij betaalt straks iets anders dan je buren, omdat jullie een ander profiel hebben.

Wie profiteert en wie niet

Daar zit volgens Billiet meteen de tweedeling. Wie geld heeft, koopt gemak: laat de agent bestellen, betaal het abonnement, klaar. Wie weinig te besteden heeft, blijft zelf naar de winkel gaan en blijft folders, promoties en aanbiedingen uitpluizen om er kortingen uit te sprokkelen. En supermarkten hebben er geen belang bij om dat voor koopjesjagers makkelijker te maken. De redactie van Foodlog zet daar de verwachting tegenover dat prijsvergelijkers zoals supermarktscanner.nl juist wel voor die groep aan de slag gaan.

Dat is de kern van het verhaal en ik denk dat hij klopt. Gemak is nu al een product dat je koopt, van maaltijdboxen tot bezorging binnen een uur. Het nieuwe is dat je met een persoonlijke prijs niet meer kunt zien of je te veel betaalt. Een aanbieding op een schapkaartje kun je vergelijken met de kaartjes ernaast. Een korting die alleen in jouw app verschijnt, kun je met niets vergelijken.

Wat dit betekent voor wie plantaardig wil eten

Hier wordt het voor deze site interessant, want een algoritme dat je voorraadkast vult, vult hem met wat je al kocht. Precies dat maakt het lastig voor wie iets wil veranderen. Een agent die weet dat er elke week gehakt in de kar gaat, bestelt gehakt. Hij weet niet dat je van plan was om het een keer met linzen te proberen, en hij zal het ook niet voorstellen, want zijn opdracht is jouw patroon zo goedkoop en zo soepel mogelijk herhalen.

Het tweede punt is de prijs. Uit onderzoek van ProVeg bij negen Nederlandse supermarkten bleek dat een plantaardig basismandje gemiddeld 18 procent goedkoper is dan een dierlijk mandje, met uitschieters tot 30 procent bij één keten. Dat verschil is geen natuurwet maar een keuze van de inkoopafdeling, zoals ik eerder beschreef in het stuk over waar dat prijsverschil precies zit. Worden prijzen persoonlijk, dan wordt die keuze ook onzichtbaar. Een keten kan de plantaardige variant goedkoper aanbieden aan wie hem toch al koopt, en duurder laten voor wie twijfelt, en niemand die het merkt.

Er zit ook een kant aan die wel wat oplevert. Een QR-code met herkomst, houdbaarheid en allergenen erachter is voor wie plantaardig eet handiger dan voor wie dat niet doet, want het etiket lezen is bij ons het halve werk. En prijzen die dalen als de houdbaarheidsdatum nadert, kunnen verspilling terugdringen. Dat is winst, mits het niet alleen de kippenbouten betreft.

Wat je nu al kunt doen

Blijf per kilo en per liter vergelijken in plaats van per verpakking, want dat is de rekensom die een persoonlijke prijs het lastigst kan verstoppen. Besteed niet je hele lijst uit maar hooguit het saaie deel ervan: wc-papier en pasta mogen automatisch komen, de rest niet. En houd een basis in de kast die geen enkel algoritme voor je hoeft te bedenken. Droge peulvruchten zijn daarvoor het duidelijkste voorbeeld, ook omdat ze per portie eiwit spotgoedkoop blijven, of je ze nu droog koopt of uit blik.

Wat ik ervan vind

Het deel dat mij het meest stoort is niet de robot die bestelt, maar het verdwijnen van de winkelprijs. Een prijs op een schap is een publiek feit: iedereen ziet hetzelfde, en daardoor kun je een supermarkt afrekenen op wat hij vraagt. Zodra prijzen persoonlijk worden, verdwijnt dat gedeelde ijkpunt, en daarmee ook de mogelijkheid om een keten aan te spreken op de prijs van bijvoorbeeld plantaardige zuivel.

2030 is dichtbij en veel hiervan herken je al. Ik zou er daarom niet tegenaan schoppen maar er wel scherp op blijven: laat het gemak het saaie werk doen en houd zelf de keuzes die ergens over gaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like