In Chinese dimsumrestaurants ligt naast de gestoomde dumplings vaak een bladerig, goudbruin pasteitje gevuld met geraspte witte radijs. Het deeg bestaat traditioneel uit reuzel of boter, en daarom zie je het zelden op een plantaardig menu. VegNews publiceerde op 21 oktober 2026 een versie met plantaardige boter en kokosolie. Het is geen recept voor een doordeweekse avond, want je werkt met twee soorten deeg. Maar als je de techniek eenmaal snapt, is het minder ingewikkeld dan het eruitziet.
Twee degen voor één bladerig korstje
Het geheim zit in twee deegjes die je in elkaar vouwt. Het eerste is een soepel deeg van bloem, water, suiker en vet. Het tweede bevat geen water, alleen bloem en vet, en blijft daardoor zacht en bros. Je wikkelt het vetdeeg in het waterdeeg, rolt het uit en rolt het op, en dat herhaal je. Bij elke rol ontstaan er dunne laagjes vet tussen het deeg, en in de pan worden die laagjes los en krokant.
Het werkt volgens hetzelfde idee als bladerdeeg, alleen hoef je niet urenlang te vouwen en te koelen. Wie ooit zelf bladerdeeg heeft geprobeerd, zal dit een opluchting vinden. De Chinese radijs uit het originele recept heet in de Verenigde Staten daikon. In Nederland ken je hem als rettich of witte rammenas.
Benodigdheden voor tien pasteitjes
Voor het waterdeeg
- 80 gram bloem
- 2 eetlepels suiker
- 2 eetlepels kokosolie
- 60 milliliter water
- 1 eetlepel plantaardige boter
Voor het vetdeeg
- 80 gram bloem
- 2 eetlepels plantaardige boter
- 2 eetlepels kokosolie
Voor de vulling en het bakken
- ongeveer 350 gram rettich, in lange dunne reepjes geraspt
- 1 theelepel zout
- 1 eetlepel olijfolie
- 2 theelepels suiker
- 2 theelepels vegan kippenbouillonpoeder of groentebouillonpoeder
- ¼ theelepel witte peper
- 3 eetlepels neutrale olie om te bakken
- een keukenmachine met deeghaak of gewoon je handen, een deegroller en vershoudfolie
Rettich ligt in Aziatische supermarkten en steeds vaker ook in de gewone supermarkt bij de groente. Vegan kippenbouillonpoeder vind je in de toko of de natuurwinkel. Gewoon groentebouillonpoeder werkt ook, de vulling smaakt dan iets minder hartig.
Zo maak je het
- Kneed voor het waterdeeg de bloem, suiker, kokosolie en het water tot een deeg. Werk de boter erdoor tot het glanst en niet meer plakt. Laat het afgedekt een kwartier rusten.
- Kneed voor het vetdeeg alle ingrediënten tot één geheel. Wil het niet samenkomen, voeg dan nog een klein beetje boter toe. Vorm een rechthoek en wikkel hem in folie.
- Bestrooi de rettich met zout en laat hem vijf minuten staan. Knijp er al het vocht uit, dat is belangrijk, anders wordt het deeg nat.
- Bak de rettich vijf minuten in een pan met de olijfolie en een scheutje water. Roer suiker, bouillonpoeder en witte peper erdoor en haal de pan van het vuur.
- Verdeel beide degen in vijf stukken. Druk een stuk waterdeeg plat, leg er een stuk vetdeeg op, vouw het waterdeeg eromheen en maak er een balletje van.
- Rol een balletje vanuit het midden uit tot een lange strook en rol die van onder naar boven op. Zet de rol rechtop, rol hem nog een keer uit en rol hem weer op.
- Snijd de rol in de lengte doormidden. Leg een helft met de snijkant naar beneden, druk hem plat en rol hem uit tot een rondje.
- Leg een lepel vulling in het midden, vouw dicht als een dumpling en druk de rand aan met een vork. Herhaal met de rest.
- Verhit de olie in een koekenpan tot hij heel heet is. Leg de pasteitjes erin met ruimte ertussen, zet het vuur hoog en bak ze ongeveer acht minuten, tot ze goudbruin zijn. Laat ze even afkoelen voordat je ze eet.
Waar het misgaat
De meeste mislukkingen ontstaan bij de vulling en bij de pan. Rettich bestaat grotendeels uit water, en wat je er niet uitknijpt, komt er tijdens het bakken alsnog uit. Knijp hem echt goed uit, desnoods in een schone theedoek. In de pan geldt het omgekeerde. Leg er niet te veel tegelijk in, anders plakken ze aan elkaar en zakt de temperatuur, waardoor het deeg vet opzuigt in plaats van krokant te worden.
Mijn advies voor een eerste poging is om het niet op tien stuks perfect te willen hebben. De eerste twee lukken vaak minder mooi, en dat is prima. Ze smaken net zo goed. Wie liever met kant-en-klaar deeg begint, vindt in ons stuk over plantaardig koken uit de voorraadkast ideeën voor een snellere avond.