Bloemkool wordt in veel huishoudens nog altijd gekookt en met een sausje opgediend. Geroosterd in een hete oven is het een heel andere groente, nootachtig, krokant aan de randen en zacht vanbinnen. VegNews publiceerde op 22 oktober 2026 een recept uit het kookboek Katie’s Healing Kitchen met kurkuma, komijn, verse koriander, munt, granaatappelpitjes en pijnboompitten. Daar is het een bijgerecht. Met twee kleine toevoegingen maak je er een volwaardige maaltijd van, en nu de Nederlandse bloemkool volop in de winkel ligt is dit het moment.
Waarom de roosjes elkaar niet mogen raken
Het belangrijkste in dit recept staat in één bijzin. De roosjes moeten met ruimte op de bakplaat liggen. Liggen ze op elkaar, dan houden ze het vocht vast dat eruit komt en stoomt de bloemkool in plaats van dat hij roostert. Dan krijg je zachte, gelige stukken zonder bruine randjes. Daarom gebruikt het recept twee bakplaten voor één bloemkool. Dat lijkt overdreven, maar het is het verschil tussen een slap en een krokant resultaat.
Kokosolie zorgt voor een boterige, knapperige korst, en kurkuma geeft de felgele kleur en een licht aardse smaak. Over die specerij schreven we eerder een stuk over kurkuma als smaakmaker. Let wel op je aanrecht en je houten lepels, want kurkuma kleurt alles geel wat het aanraakt.
Benodigdheden voor twee personen als hoofdgerecht
- 1 grote bloemkool, in roosjes
- 3 eetlepels kokosolie, gesmolten
- 2 theelepels kurkuma
- 1 theelepel gemalen komijn
- ½ theelepel zout
- ¼ theelepel chilivlokken
- ½ bosje koriander en ½ bosje munt, fijngehakt
- een half kopje granaatappelpitjes
- een kwart kopje pijnboompitten
- 1 blik kikkererwten
- 200 gram couscous of bulgur
- twee bakplaten en bakpapier
Alles ligt gewoon in de supermarkt. Granaatappelpitjes zitten in bakjes bij het voorgesneden fruit, en anders haal je ze zelf uit een granaatappel. Pijnboompitten zijn prijzig, en geroosterde pompoenpitten doen hetzelfde werk.
Zo maak je het
- Verwarm de oven voor op 220 graden, of 200 graden met hetelucht. Bekleed twee bakplaten met bakpapier.
- Meng de roosjes in een grote kom met de kokosolie, kurkuma, komijn, zout en chilivlokken tot ze helemaal bedekt zijn.
- Laat de kikkererwten uitlekken, dep ze droog en schep ze door het laatste restje olie en kruiden in de kom.
- Verdeel bloemkool en kikkererwten over de bakplaten, met ruimte tussen de stukken.
- Rooster ongeveer vijftig minuten, en schep elke twintig minuten om zodat niets aanbrandt.
- Kook intussen de couscous of bulgur volgens de verpakking.
- Schep de bloemkool en kikkererwten op de couscous en strooi er koriander, munt, granaatappel en pijnboompitten over. Lekker warm of op kamertemperatuur.
Een goede bloemkool kiezen, en het blad niet weggooien
Een verse bloemkool voelt zwaar voor zijn formaat, is stevig en heeft roosjes die dicht tegen elkaar zitten. Bruine vlekjes kun je wegsnijden, maar een kool die zacht aanvoelt of naar kool ruikt is over zijn beste tijd heen. De groene bladeren die eromheen zitten zijn een teken van versheid, en ze zijn ook gewoon eetbaar.
Snijd de dikke nerven eruit en leg het blad de laatste tien minuten mee op de bakplaat. Het wordt knapperig, een beetje zoals boerenkoolchips. Ook de stronk hoeft niet weg. Schil de buitenkant, snijd hem in plakjes en rooster hem gewoon mee met de roosjes. Zo gebruik je de hele kool, en dat scheelt meteen een flink deel van wat er anders in de groenbak verdwijnt.
Van bijgerecht naar maaltijd
Het oorspronkelijke recept is een schaal groente, en dat is voor een avondmaaltijd wat mager. De kikkererwten roosteren in dezelfde tijd mee en worden krokant, en ze leveren de eiwitten die een hoofdgerecht nodig heeft. Met een korrel eronder en eventueel een lepel plantaardige yoghurt met citroen en een snufje zout heb je een bord dat vult.
Mijn voorkeur gaat uit naar bulgur, omdat die wat meer bite heeft en de frisse kruiden beter draagt dan couscous. Wie geen koriander lust, neemt dubbel munt en wat peterselie. En blijft er wat over, dan is het de volgende dag koud een uitstekende lunchsalade.