Op Dierendag at je in een handvol dierentuinen en poppodia alleen vegetarisch, en op maandag 5 oktober volgen zeven bedrijfscateraars. Dat klinkt als een succes voor wie minder vlees wil eten. Toch zit er in het persbericht waarmee Wakker Dier de actie aankondigde een opvallende kanttekening. De bereidheid bij consumenten is groot, maar bedrijven worden juist voorzichtiger. Foodlog zette die twee bewegingen op 4 oktober 2026 naast elkaar. Wij kijken vooral naar de vraag wat dat betekent voor wat je de komende tijd in de supermarkt en op de menukaart tegenkomt.

Wat er op Dierendag gebeurde

Volgens het persbericht van Wakker Dier serveerden het Pandasia restaurant in Ouwehands Dierenpark, het Park Restaurant in Burgers’ Zoo, Ecomare, Paradiso en Effenaar op zondag 4 oktober 2026 een volledig vegetarische kaart. Een dag later doen zeven bedrijfscateraars mee, waaronder Sodexo, Hospitalents en Van Lier Catering. Samen bedienen ze op ongeveer 214 locaties zo’n 9.550 werknemers en scholieren met een maaltijd zonder vlees en vis.

Wakker Dier rekent voor dat er in Nederland elke dag ongeveer 650.000 dieren op een bord belanden. Met Eet Geen Dierendag wil de organisatie mensen laten nadenken over die hoeveelheid. Eerder deze herfst haalde de actie al het nieuws toen NS Stations een poster weigerde en de rechter daar een streep door zette.

Consumenten zijn verder dan je denkt

De interessantste zin in het persbericht gaat niet over Dierendag zelf. Wakker Dier haalt onderzoek van Milieu Centraal uit 2025 aan, waaruit blijkt dat 64 procent van de Nederlanders ervoor openstaat om hooguit vier dagen per week vlees te eten. Dat is geen kleine groep idealisten meer, dat is een ruime meerderheid.

Die openheid zie je ook terug in wat mensen kopen. We schreven eerder dat bonen en tofu terrein winnen op kant-en-klare vleesvervangers. Mensen eten dus niet per se minder plantaardig, ze koken het vaker zelf. Wie op maandag zonder vlees eet, pakt eerder een blik kikkererwten dan een vegaburger met een lange ingrediëntenlijst.

Openstaan is natuurlijk iets anders dan het ook doen. Daar zit precies het punt van Wakker Dier, die mensen wil helpen om van een goed voornemen een gewoonte te maken. Begin met een of twee dagen per week, is hun advies. Dat vinden wij ook de verstandigste instap, want een paar vaste vegadagen hou je langer vol dan een plotselinge omslag.

Waarom bedrijven op de rem trappen

Daartegenover staat een andere beweging. Er doen minder cateraars mee dan voorheen, schrijft Wakker Dier. Ikea serveerde in 2019 op 4 oktober nog een volledig vegetarisch menu, maar laat bezoekers dit jaar zelf kiezen. En NS Stations vond de boodschap van de actie zo gevoelig dat het bedrijf de poster pas ophing na een uitspraak van de rechter.

Het patroon is herkenbaar. Een bedrijf dat een dag lang het vlees schrapt, krijgt al snel het verwijt dat het klanten iets oplegt. Een bedrijf dat vegetarisch alleen als extra optie aanbiedt, loopt dat risico niet. Voor de marketingafdeling is dat de veilige keuze. Voor het eetpatroon van de gast maakt het wel verschil, want wie de keuze heeft, valt vaak terug op wat hij altijd neemt.

Op Plantbites schreven we onlangs over een studie waarin een foto van een levend dier op het menu mensen vaker voor de vegetarische optie liet kiezen. Kleine dingen in hoe een menu is opgezet, sturen meer dan je zou verwachten. Bedrijven weten dat ook, en juist daarom is het opvallend dat ze die knoppen minder graag aanraken.

Wat je in het schap en op de kaart gaat merken

Wat betekent dit nu concreet voor jou als je plantaardig eet, of dat vaker wil doen? Een paar dingen lijken ons waarschijnlijk.

  • Meer keuze, minder statement. Restaurants en kantines zetten vaker een vegetarisch gerecht op de kaart, maar je zult minder vaak een volledig vleesloze dag tegenkomen. Plantaardig wordt een optie naast het vlees, niet in plaats ervan.
  • Stille verschuivingen. In plaats van grote campagnes zie je kleinere aanpassingen, zoals vlees dat deels met plantaardig eiwit is aangevuld. Lidl doet dat al met vlees verrijkt met erwteneiwit. Handig voor wie langzaam wil minderen, maar lees het etiket, want het blijft een vleesproduct.
  • Cateraars die het zonder campagne doen. Grote cateraars werken steeds meer aan de verhouding tussen dierlijk en plantaardig eiwit in hun aanbod. In ons stuk over de eiwitverhouding bij grote cateraars zag je al dat dat vooral achter de schermen gebeurt.
  • Jij bepaalt meer zelf. Als bedrijven de keuze aan de gast laten, komt de beslissing bij jou te liggen. Dat is minder sturend, maar ook een kans. Wie weet wat hij wil, vindt in de meeste kantines en restaurants inmiddels wel iets zonder vlees.

Wat je zelf kunt doen

Wil je die 64 procent omzetten in iets wat je echt merkt, dan helpt het om het klein te houden. Kies twee vaste dagen in de week zonder vlees en plan daar je boodschappen op. Peulvruchten, tofu, tempeh en noten zijn goedkope en voedzame bouwstenen, en een blik linzen kost minder tijd dan je denkt. In de kantine kun je bewust naar de vegetarische optie vragen. Hoe vaker die wordt gekozen, hoe groter de kans dat hij op de kaart blijft.

Want daar zit de ironie van dit verhaal. Bedrijven zijn voorzichtig omdat ze denken dat klanten niet willen, terwijl de cijfers van Milieu Centraal iets anders zeggen. Als die meerderheid haar voornemen ook echt laat zien bij de kassa en de lunchbalie, verschuift het aanbod vanzelf mee. Daar heb je geen campagne voor nodig, wel een beetje gewoonte.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like