Het eten dat je op je werk, in een ziekenhuis of op school voorgeschoteld krijgt, kies je maar half zelf. Je kiest uit wat er ligt, en wat er ligt bepaalt een cateraar. Daarom is het opvallend dat er tot voor kort niemand bijhield hoeveel van dat eten plantaardig is. Dat eerste overzicht is er nu wel, en het laat iets zien wat de branche liever anders had gezien.
Wat er in het rapport staat
In de monitor die ProVeg publiceerde, wordt de eiwitverhouding van vijf grote cateraars naast elkaar gelegd. Dat zijn Appel, Compass Group Nederland, Food&i, Hai en Vitam, samen goed voor een flink deel van de bedrijfsrestaurants, zorginstellingen en scholen in Nederland.
De uitkomst is een percentage. In 2024 was 42,8 procent van de ingekochte eiwitten plantaardig. In 2025 was dat 41,8 procent. Een daling van een volle procentpunt dus, precies in de jaren waarin iedereen aanneemt dat het de andere kant op gaat.
Dat is klein in absolute zin en groot in richting. Het gaat hier niet om wat gasten zeggen te willen, maar om wat er daadwerkelijk is ingekocht, en inkoop liegt niet. Martine van Haperen van ProVeg wijst erop dat cateraars “meer dan andere voedselaanbieders de kans hebben” om plantaardig eten aantrekkelijk te maken, juist omdat zij het aanbod samenstellen en de gast niet zelf boodschappen doet.
Waar het doel ligt
De meeste deelnemende cateraars hebben zichzelf voor 2030 een verhouding van minimaal 60 procent plantaardig en 40 procent dierlijk opgelegd. Dat getal komt niet uit de lucht vallen, het sluit aan bij de aanbevelingen van de Gezondheidsraad en bij de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum.
Reken je dat door, dan moet er vanaf de huidige stand nog ruim achttien procentpunt bij in vijf jaar. En het vertrekpunt is dus niet stil blijven staan maar een stap terug. Dat maakt dit rapport vooral waardevol als nulmeting, want vanaf nu is elke volgende meting een vergelijking en geen anekdote meer. Wat er precies achter de daling zit, staat er niet bij. Prijsontwikkeling van plantaardige producten, een andere samenstelling van het klantenbestand en verschuivingen in wat gasten kiezen kunnen allemaal meespelen, en zonder die uitsplitsing is het te vroeg om één schuldige aan te wijzen.
Wat je er als gast van merkt
In de praktijk zie je dit terug in details die je nauwelijks registreert. Of de standaardsoep op bouillon of op groentebasis is. Of het broodbeleg twee vegetarische opties heeft of vijf. Of het dagmenu plantaardig is met vlees als bijbestelling, of andersom. Dat zijn de knoppen waar een cateraar aan draait, en ze werken vooral omdat de meeste mensen nemen wat er als eerste ligt.
Er zit ook een reden in waarom dit soort cijfers zo traag beweegt. Een bedrijfsrestaurant draait op herhaalklanten die vijf dagen per week hetzelfde loket voorbijlopen, en dat maakt een cateraar voorzichtig. Een gerecht dat blijft staan is duurder dan een gerecht dat niemand spannend vindt, dus de veilige keuze wint van de nieuwe. Wat in de monitor als een procentpunt verschijnt, is in de praktijk dus vooral een optelsom van dagelijkse beslissingen om niets te riskeren.
Tegelijk laat het rapport zien dat de gast geen bijrol heeft. Vijf cateraars die zich vrijwillig laten meten, doen dat omdat ze verwachten dat hun opdrachtgevers ernaar gaan vragen. Dat zijn werkgevers, ziekenhuizen en schoolbesturen, en die stellen de vraag pas als hun eigen mensen erover beginnen.
Precies daarom is deze hoek belangrijker dan hij lijkt. Thuis kies je bewust, in een bedrijfsrestaurant kies je uit gewoonte. Wie plantaardig eten wil laten groeien zonder iemand iets te ontzeggen, heeft aan de kantine meer dan aan een campagne. Dat is ook de gedachte onder het actieplan plantaardig eten dat naar de Tweede Kamer ging, en je ziet hetzelfde mechanisme terug bij plantaardig eten op evenementen.
Werk je ergens met een eigen restaurant, dan is dit rapport bruikbaar materiaal. De verhouding waar jouw cateraar op zit is een vraag die je gewoon kunt stellen, en sinds deze monitor bestaat er een cijfer om het antwoord tegen af te zetten. Dat is vaak effectiever dan vragen om meer vegaopties, want een cateraar die op een percentage wordt afgerekend gaat vanzelf naar de inkoop kijken. Voor wie precies wil weten hoe die verhouding in een gezond dagmenu eruitziet, blijft de vernieuwde Schijf van Vijf de plek om te beginnen.