Wie op een Nederlandse universiteit studeert, heeft grote kans dat de kantine de afgelopen jaren groener is geworden. ProVeg Nederland bracht op 17 september 2026 in kaart hoe alle onderwijsinstellingen in het land omgaan met plantaardig eten. Alle universiteiten doen er iets aan, de helft van de mbo’s ook. Maar tussen iets doen en het vastleggen zit een groot gat, en dat verklaart waarom de ene kantine heel anders voelt dan de andere.

De cijfers per onderwijssoort

ProVeg keek naar twee dingen. Neemt een instelling maatregelen om studenten en medewerkers vaker plantaardig te laten eten, en heeft ze daar ook een formeel doel voor? Naast elkaar gezet ziet dat er zo uit.

OnderwijssoortNeemt maatregelenHeeft een formeel doel
Universiteiten100 procent79 procent (11 instellingen)
Hogescholen75 procent (26 van de 36)28 procent
Mbo-instellingen50 procent6 procent
Bron ProVeg Nederland, september 2026

De tweede kolom is de interessantste. Een maatregel kan een proeverij zijn of een workshop, iets wat er een keer is en daarna weer verdwijnt. Een doel betekent dat een instelling meet en erop wordt aangesproken. Martine van Haperen van ProVeg zegt het ook. Acties hebben volgens haar pas echt structureel effect als instellingen hun ambities vastleggen in meetbare doelen en rapporteren over de voortgang.

Wat je daarvan in de kantine merkt

Het verschil wordt concreet als je kijkt naar de instellingen die wel ver gaan. Maastricht University heeft vastgelegd dat in 2027 56 procent van de eiwitten die op de campus worden gegeten plantaardig is, oplopend naar 70 procent in 2031. Wie daar studeert, ziet dat terug in de vitrine. De warme snacks zijn er standaard plantaardig, de banqueting is volledig vegetarisch, en in het nieuwe contract met de cateraar staat een eis over het plantaardige aanbod. De universiteit meet de voortgang met de zogeheten Eiweet-methode, zodat ze kan zien welke maatregel werkt en waar ze moet bijsturen.

De HAN in Arnhem en Nijmegen kiest een andere maat. Daar moet in 2026 minstens 65 procent van het aanbod plantaardig zijn, met het voornemen om in 2029 naar 80 procent te gaan. Dat is een doel voor wat er ligt, niet voor wat er gegeten wordt. Allebei zijn ze meetbaar, en dat is precies wat de meeste hogescholen en mbo’s nog missen.

Op een mbo zonder beleid hangt het veel meer af van de cateraar en van wie er toevallig enthousiast is. Daar zie je wel acties, zoals mbo-instellingen die meededen aan de Veggie Challenge van ProVeg of aan het project waarin mbo-studenten zelf campagne voerden voor plantaardig eten. Dat project liep in maart 2026 af.

Waarom de standaard zo veel uitmaakt

Dat de warme snack in Maastricht standaard plantaardig is, lijkt een detail. Toch is het misschien de meest effectieve maatregel uit het hele rapport. Wie tussen twee colleges een broodje kroket haalt, kiest zelden bewust. Wat er standaard ligt, wordt gegeten. Over dat effect van de keuzeomgeving schreven we eerder, bijvoorbeeld bij een onderzoek waarin een foto van een levend dier op het menu mensen vaker voor vega liet kiezen.

Ook buiten het onderwijs wordt er steeds vaker gemeten in plaats van alleen beloofd. Bij de grote cateraars verscheen eerder dit jaar een eerste rapport over de eiwitverhouding in bedrijfsrestaurants, met dezelfde boodschap dat zonder cijfers niemand weet of het opschiet.

Mijn conclusie is dat het hoger onderwijs de koppen haalt, maar dat de grootste winst bij het mbo ligt. Daar zitten veel jongeren die dagelijks in de kantine eten, en daar is nog nauwelijks iets vastgelegd. Ben je student of medewerker en wil je weten hoe jouw instelling ervoor staat, vraag dan niet of er iets gebeurt. Vraag of er een doel is, en wie dat meet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like