Eiwitrepen met extra vezels, yoghurtdrankjes voor je darmen, shots met kurkuma en gember, smoothies “voor je weerstand”. Het schap met functionele producten wordt elk jaar langer. Ondertussen ligt er een paar meter verderop een bak appels die nergens iets over belooft. Foodlog stelde op 12 oktober de vraag in een opiniestuk met een titel die blijft hangen, sinds wanneer is een appel niet functioneel? Goede vraag. Tijd om de feiten op een rij te zetten voor wie bewust wil eten zonder zijn geld weg te gooien.
Wat is functional food eigenlijk?
Het begint al met de definitie, of beter gezegd het gebrek daaraan. Volgens het Voedingscentrum bestaat er geen officiële definitie van een functioneel voedingsmiddel. Het gaat om producten waaraan iets is toegevoegd of waaruit iets is weggehaald om de gezondheidswaarde te verbeteren. Klassieke voorbeelden zijn margarine of yoghurt met plantensterolen voor een lager cholesterolgehalte, en brood met extra vezels voor de darmwerking.
De omschrijving die het Voedingscentrum aanhaalt, komt uit een Europees wetenschappelijk project. Daarin is een product pas functioneel als wetenschappelijk is aangetoond dat het een gunstig effect heeft dat verder gaat dan gewone voeding. Dat is een hoge lat. En als je er even over nadenkt, haalt een appel met zijn vezels en zijn plantenstoffen die lat in de praktijk vaak net zo goed als een product met een glanzende verpakking. Alleen staat er geen claim op.
Wat mag er op de verpakking staan?
Hier zit het verschil dat er voor de koper echt toe doet. Een fabrikant mag niet zomaar alles roepen. Gezondheidsclaims op het etiket moeten voldoen aan de Europese claimsverordening (nummer 1924/2006), en alleen claims die op een door de Europese Unie goedgekeurde lijst staan zijn toegestaan. Achter die lijst zit een beoordeling door de Europese voedselautoriteit EFSA.
Dat klinkt waterdicht, maar het werkt in de praktijk anders dan veel mensen denken. Een goedgekeurde claim gaat over een stof, zoals een vitamine of een vezel, niet over het hele product. Een drankje met toegevoegde vitamine C mag dus iets zeggen over de rol van vitamine C in je afweer. Dat betekent niet dat dat drankje beter is dan een sinaasappel, die dezelfde vitamine gewoon van nature bevat. Daarnaast liften veel producten mee op woorden die geen officiële claim zijn, zoals “boost”, “detox” of “superfood”. Die klinken medisch, maar zeggen formeel niets.
Wat zegt de wetenschap over het nut?
Het Voedingscentrum is er vrij duidelijk over. Voor gezonde mensen die gevarieerd eten volgens de Schijf van Vijf hebben functionele voedingsmiddelen niet of nauwelijks voordelen. Bij sommige gezondheidsproblemen kan zo’n product wel een goede keuze zijn, maar dan moet het effect duidelijk omschreven zijn en moet op het etiket staan hoeveel je ervan nodig hebt.
Er zit ook een kanttekening aan die weinig mensen kennen. Meer is niet beter. Wie bijvoorbeeld cholesterolverlagende margarine combineert met een cholesterolverlagend melkdrankje, kan volgens het Voedingscentrum ongemerkt boven de geadviseerde hoeveelheid uitkomen. Functionele producten zijn veilig, maar ze zijn bedoeld voor een specifieke dosis en een specifiek doel, niet om naast elkaar te stapelen.
Waar je geld beter aan besteedt
Mijn eigen conclusie is niet dat functionele producten onzin zijn. Wie een verhoogd cholesterol heeft en op advies van de huisarts plantensterolen gebruikt, heeft er iets aan. Maar voor de meeste mensen die bewust willen eten, is het een omweg. Je betaalt voor een toevoeging die je ook gewoon uit je boodschappenmand kunt halen.
- Vezels. Volkorenbrood, havermout, peulvruchten, groente en fruit leveren vezels in een vorm die je darmen kennen. Een “vezelverrijkte” koek is dan vooral een koek. Twijfel je over havermout na alles wat je online leest, lees dan wat er klopt van de claims over havermout.
- Eiwit. De meeste Nederlanders eten al meer eiwit dan nodig. Bonen, linzen, tofu en noten doen hetzelfde als een eiwitreep, met meer vezels en minder suiker.
- Plantenstoffen. Bessen, kool, uien, kruiden en een gewone appel bevatten allerlei stoffen die in shots en poeders worden geïsoleerd en verkocht. In het origineel krijg je er vezels en vulling bij.
- Weerstand. Een gevarieerd bord met veel groente en fruit, genoeg slaap en beweging. Geen enkel flesje vervangt dat.
Een appel heeft geen marketingbudget
Dat is eigenlijk de kern. Het verschil tussen een appel en een functioneel product zit vaak niet in wat het met je lichaam doet, maar in wie er geld aan verdient om het je te vertellen. Een appelteler heeft geen afdeling die een gezondheidsclaim laat beoordelen of een flesje ontwerpt. Daardoor oogt het gewone product saai, terwijl het in veel gevallen precies doet wat je zoekt.
Wie dat in gedachten houdt, kijkt anders naar het schap. Vraag je bij elk product met een belofte af wat het eigenlijk toevoegt aan wat je al eet, en of je dat niet goedkoper en lekkerder uit de groenteafdeling haalt. Zeker in de herfst, nu er weer volop Nederlandse appels liggen. Inspiratie nodig? In onze tien herfstrecepten met appel lees je ook welk ras je waarvoor pakt.