Digitale producten zijn zo met ons leven verweven dat we er dagelijks uren mee doorbrengen. Ze vormen niet alleen een groot deel van hoe we werken, maar misschien zelfs wel meer van hoe we communiceren en ontspannen.

Ontwerpers kijken daarom steeds kritischer naar hoe gebruikers zich voelen tijdens het gebruik van hun product. Wat opvalt is dat ook online steeds vaker wordt teruggegrepen naar de natuur, of elementen daarvan. Organische vormen, landschapskleuren en vooral rustgevende visuele structuren vinden steeds meer hun weg naar moderne interfaces. Waarom reageren mensen eigenlijk zo positief op dit soort natuurlijke ontwerpprincipes?

Ontwerpers luisteren naar gebruikers

Vroeger was het voor een online interface voornamelijk heel belangrijk dat het functioneel was. De mogelijkheden waren beperkt, dus dan ligt de focus al snel op het doen. Vandaag de dag is dat wel anders: de mogelijkheden zijn haast eindeloos, maar daarmee ook de concurrentie. Online gebruikers weten heel goed wat ze willen en vooral ook wat ze niet willen. En vinden ze dat niet op een bepaald platform, dan gaan ze net zo makkelijk ergens anders heen. 

Dus speelt het optimaliseren van de gebruikerservaring een doorslaggevende rol bij ontwikkelaars en ontwerpers, die zich steeds meer richten op het vereenvoudigen van interfaces, zodat mensen moeiteloos kunnen vinden waar ze naar zoeken en dus minder snel afhaken. 

Dat is terug te zien in vrijwel alle digitale omgevingen, van webshops tot entertainmentplatforms waarop bijvoorbeeld casino spellen beschikbaar zijn. Ontwikkelaars besteden daarbij veel aandacht aan kleurgebruik, navigatie en visuele rust, zodat de gebruiker zich er prettig bij voelt.

Waarom mensen zich aangetrokken voelen tot natuurlijke vormen

De mensheid lijkt van nature aangetrokken tot organische vormen, zo erg zelfs dat het diep in ons onderbewustzijn is ingebakken. Dit beïnvloedt de keuzes die we maken. Zo worden ronde lijnen en zachte overgangen doorgaans als vriendelijker ervaren dan scherpe hoeken, die bij veel mensen een lichte vorm van spanning oproepen. Vanuit de evolutiepsychologie wordt dat uitgelegd: onze hersenen zijn ingesteld op patronen uit de natuur, een omgeving waar geen scherpe hoek te vinden valt. Van boombladeren en kalmerende watergolfjes tot ook natuurlijke texturen zoals hout of steen, het voelt voor ons allemaal vertrouwd aan. Ons onderbewustzijn herkent hierin namelijk een bekende leefwereld. Dit is veel terug te zien in interieurdesign, maar ook ontwerpers van moderne interfaces spelen subtiel op dit gevoel in, door lichte rondingen en organische accenten toe te passen. En dit hoeft helemaal niet heel duidelijk en expliciet in beeld te komen, want ons onderbewust zijn pikt het ook in kleine mate op.

De opkomst van biophilic design in digitale producten

Biophilic design (komend van biofilie – de aangeboren, evolutionaire menselijke behoefte om ons te verbinden met de natuur en andere levende wezens) heeft zijn oorsprong in de architectuur. Deze architectuurstroom was vooral gericht op het in verbinding brengen van gebouwen en natuur, om zo het welzijn van mensen te verbeteren. Een mooi voorbeeld van dit soort architectuur zijn de Seattle Spheres, waar Amazon’s hoofdkantoor is gevestigd en waar medewerkers zelfs in een boomhut kunnen werken.   

Het idee achter biophilic design vloeit steeds vaker ook buiten de lijnen van alleen architectuur en is inmiddels veel terug te zien in moderne interfaces. Ontwerpers nemen afstand van drukke, overvolle schermen en kiezen voor meer rust en overzicht, zodat gebruikers zich minder overweldigd voelen tijdens het navigeren. Dat is overigens niet alleen voor de mooiigheid, maar heeft ook een praktisch doel: het verminderen van cognitieve belasting. Door slim gebruik te maken van aardetinten, zachte lijnen en natuurlijke fotografische beelden creëren ontwerpers een intuïtievere omgeving die minder inspanning vraagt om te begrijpen. 

Biophilic design gaat dus niet alleen om esthetiek, maar ook heel erg om functionaliteit.

Kleurpsychologie speelt een grotere rol dan veel mensen denken

Met kleuren wordt ook heel veel gespeeld, want ook kleuren brengen reacties voort via ons onderbewustzijn. Groen wordt vaak geassocieerd met natuur en balans, wat een gevoel van rust en evenwicht oproept. Blauw daarentegen geeft veel mensen een gevoel van betrouwbaarheid, waardoor het vaak wordt gebruikt door bedrijven die vertrouwen willen uitstralen – geen verrassing dus dat zowel de overheid als de politie deze kleur gebruiken. 

Daarnaast zorgen neutrale kleuren zoals wit, grijs en beige voor visuele rust, waardoor informatie minder overweldigend aanvoelt.

Onderzoek naar dit onderbewustzijn

Er is door de jaren heen veel onderzoek gedaan naar hoe bepaalde designelementen effect hebben op mensen. Daarbij wordt naar verschillende invalshoeken gekeken, zoals marketingwaarde maar ook bijvoorbeeld hoe de beste werkomgeving op te zetten. 

Zo wijzen verschillende studies die kijken naar de link tussen menselijk gedrag en designkeuzes (zoals die van de Interaction Design Foundation, Nielsen Norman Group en Adobe UX Research) erop dat omgevingen met bijvoorbeeld planten, daglicht of natuurlijke materialen kunnen zorgen voor minder stress. Daarnaast blijkt dat zulke elementen ook een positieve invloed hebben op concentratie en cognitieve prestaties, waardoor mensen zich beter kunnen focussen op taken.

Conclusie

Alles op een rij is het dus helemaal niet zo gek dat we steeds meer natuurlijke invloeden terugzien in digitale interfaces. Hoe meer tijd we op een scherm of online doorbrengen, hoe groter de behoefte naar iets rustigs en vertrouwds. Ontwerpers spelen daar slim op in, en daar is ons onderbewustzijn dankbaar voor. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

You May Also Like